Legkippen

legkip8

De kip is een echte scharrelaar. Zij scharrelt van nature zelf haar kostje bij elkaar en rolt graag door het zand om haar verenkleed schoon te houden. Zij legt haar ei bij voorkeur in een nest en ’s nachts gaat zij het liefst met andere kippen op stok. In de vee-industrie gaat het heel anders. Legkippen in de vee-industrie worden speciaal gefokt om zoveel mogelijk eieren te leggen, ze hebben weinig ruimte om te bewegen en ze kunnen meestal niet naar buiten.

De natuurlijke behoefte van kippen
Kippen zijn gezelschapsdieren, ze leven het liefst in groepen met een duidelijke hiërarchie, ook wel ´pik-orde´ genoemd. Ze besteden een groot deel van de dag aan het zoeken naar voedsel. Kippen zoeken bescherming tegen vijanden door dicht bij bomen, struiken en andere planten te leven. Voor kippen is het heel belangrijk dat ze een nest kunnen bouwen om hun ei in te leggen. In de natuur zijn ze vaak uren bezig met het zoeken naar een geschikte plek.

Aantal kippen op de wereld
Er zijn meer kippen op de wereld dan elke andere vogelsoort. Wereldwijd worden er per jaar vijftig miljard kippen gefokt, voor zowel hun eieren als hun vlees. Bijna zes miljard van deze kippen zijn legkippen, die ieder jaar meer dan vijftig miljoen ton eieren leggen. In Nederland leven ruim 32 miljoen legkippen die bij elkaar jaarlijks meer dan tien miljard eieren leggen. Helaas leeft het merendeel van deze legkippen in de vee-industrie.

Eieren, eieren, eieren…
Legkippen worden speciaal gefokt om zo veel mogelijk eieren te leggen. Hedendaagse rassen leggen twee keer zoveel eieren als vijftig jaar geleden, per hen maar liefst meer dan driehonderd per jaar. Een hen kan in natuurlijke omstandigheden minstens zes jaar oud worden. Maar de meeste legkippen in de vee-industrie worden al na één jaar naar het slachthuis gebracht, omdat de productiviteit van de hen na deze periode afneemt.

Systemen waarin kippen gehouden worden

De kale legbatterij
Tot 2012 zaten bijna alle legkippen in Europa in de zogenaamde ‘kale legbatterij’: een krappe metalen kooi waarin de kippen dicht op elkaar zitten en zich nauwelijks natuurlijk kunnen gedragen. Deze kooien staan opgesteld in ‘batterijen’, in grote schuren in rijen van wel acht lagen hoog. De schuren zijn vaak slecht verlicht en geventileerd. De meeste legkippen krijgen nooit frisse lucht en de eerste keer dat zij de kooi verlaten is als ze naar de slacht gebracht worden. De kale legbatterij is zo klein dat de hennen hun vleugels niet kunnen uitslaan en zich slechts met moeite kunnen omdraaien. De hennen kunnen hun natuurlijk gedrag niet uiten, zoals een nest bouwen, een stofbad nemen en op stok gaan. Dit veroorzaakt veel stress, lichamelijke en geestelijke problemen. Deze ‘kale legbatterij’ is in de Europese Unie verboden sinds 1 januari 2012. Maar buiten de Europese Unie leven nog steeds drie miljard legkippen per jaar in deze kooien.

Verrijkte kooi
Vanaf 2012 mag in Europa wel een nieuw type kooi gebruikt worden: de zogenaamde “verrijkte kooi”. In de verrijkte kooi zijn een aantal voorzieningen aangebracht die belangrijk zijn voor het welzijn van de hen. Zo is er bijvoorbeeld een zitstok en een nestruimte in de kooi, waar de hen haar ei kan leggen. Ook moet elke kooi een strooiselbak hebben, waarin de hennen een stofbad kunnen nemen om hun veren te onderhouden. Al die voorzieningen zijn echter zó zuinig uitgevoerd dat de hennen er nauwelijks gebruik van maken. Bovendien is er per hen nog steeds heel weinig ruimte beschikbaar. Ook in een ´verrijkte´ kooi kan een hen haar vleugels niet eens strekken. Binnen Europa zijn de verrijkte kooien nog toegelaten tot 2025.

Koloniehuisvesting
Dan is er nog de ‘koloniehuisvesting’, een mooi woord voor een variant op de ‘verrijkte kooi’. De kooien zijn groter (minimaal 2,5 vierkante meter) en in een kooi zitten tussen de 30 en 60 kippen. Per kip is er weer wat meer ruimte (900 cm2 per kip) en de kooi is uitgerust met zitstokken, nestruimte en een strooiselbak. In deze kooi, die ook wel ‘kleinvolière’ wordt genoemd hebben de kippen wat meer bewegingsruimte, doordat de kooien groter zijn en ze ruimte van elkaar kunnen ‘lenen’. Hoewel de naam anders suggereert is ook deze kooi niet diervriendelijk. Er is bijvoorbeeld te weinig ruimte om met de vleugels te fladderen, geen daglicht en geen frisse buitenlucht. De ‘koloniekooi’ komt oorspronkelijk uit Duitsland en is ook in Nederland de minimumnorm.

Scharrelstallen
Nu leven de meeste hennen in scharrelstallen. In deze stal kunnen ze vrij bewegen en er leven maximaal 9 hennen per vierkante meter. Minimaal één derde van de grondoppervlakte is dicht en de grond is bedekt met strooisel. Er zijn zitstokken en legnesten aanwezig. Scharrelstallen zijn een hele verbetering in vergelijking met de oude legbatterij, maar er zitten nog altijd erg veel dieren in een stal en ze kunnen nooit naar buiten.

Vrije uitloop stallen
Hier leven de dieren in een scharrelstal, maar daarnaast hebben ze ook de beschikking over een uitloop naar buiten. De uitloopvlakte moet voor het grootste deel begroeid zijn. Iedere kip moet minimaal 4 vierkante meter ter beschikking hebben. Dit systeem biedt de kippen de meeste mogelijkheden hun natuurlijk gedrag te uiten.

Biologische houderij
Deze kippen hebben het nog beter (of: minder slecht) dan kippen in de vrije uitloop stallen. Ze hebben buiten zelfs wat meer ruimte en ze krijgen ook biologisch voer. Bovendien mogen hun snavels niet worden gekapt.

Biologische systemen
In de biologische systemen kunnen de hennen minimaal acht uur per dag naar buiten. Deze uitloop is voorzien van beschutting in de vorm van bomen en/of struiken. Binnen zijn de stallen zo ingericht dat de dieren zich op een zo natuurlijk mogelijke manier kunnen gedragen. Er worden maximaal zes hennen per vierkante meter gehouden. Bovendien is er voldoende daglicht en natuurlijke ventilatie. Er zijn schone en droge ligruimtes, die voldoende zijn ingestrooid met strooisel van natuurlijk materiaal. De hennen krijgen biologisch voer en preventief gebruik van reguliere geneesmiddelen en antibiotica is niet toegestaan. De snavels van de legkippen worden niet gekapt. Vlees en eieren van biologisch gehouden legkippen herken je aan het EKO-keurmerk en het Europees biologisch keurmerk.

Het begin…
Het leven van een legkip begint in een broedmachine. Zodra de kuikentjes zijn uitgekomen worden de hennetjes en haantjes gescheiden. Alle haantjes worden direct daarna vergast of levend vermalen. Zij zijn namelijk nutteloos; ze kunnen geen eieren leggen en ze zijn ook niet geschikt voor vleesproductie. Het gaat om de hennetjes. De kippen leven eerst 16 weken in een opfokbedrijf, waarna ze worden vervoerd naar verschillende soorten stallen: een stal met kooien of een scharrelstal. Daar leeft een leghen ongeveer een jaar. Ze legt bijna iedere dag een ei en na 300 eieren is zij “op”.

Snavel kappen
Door de kale omgeving en de nabijheid van andere hennen, gaan de hennen vaak aan elkaars veren pikken. Dit kan zelfs tot kannibalisme leiden. Bij veel hennen wordt daarom een deel van de snavel ‘gekapt’. Dat is een pijnlijke ingreep, die wordt uitgevoerd als de kuikens een paar dagen oud zijn. Dit veroorzaakt ernstige, soms blijvende pijn.

Geforceerde rui
In sommige landen zoals de VS worden hennen soms onderworpen aan een geforceerde rui (het vervangen van hun verenkleed). Hierbij krijgen de hennen tot twee weken geen voedsel waardoor een nieuwe leg wordt opgewekt en hun productieve levensduur wordt vergroot. Geforceerde rui door het compleet weglaten van voedsel is in Nederland verboden.

Broze botten
De huidige legkip wordt gefokt om zoveel mogelijk eieren te leggen. Hierdoor kan de hen niet voldoende calcium opslaan en dit kan leiden tot broze botten en botbreuken. Broze botten komen vooral voor in krappe kooien, waar de hennen nauwelijks beweging hebben. Gewonde hennen sterven vaak zonder dat het opgemerkt wordt, omdat inspectie lastig is in grote schuren met veel lagen kooien.
Bron

In de Europese Unie zitten 55,9 procent van alle leghennen in verrijkte kooien of koloniesystemen; 25,6 procent zit in scharrelstallen, vrije uitloop bedraagt 13,9 procent en biologisch 4,5 procent. Het aandeel vrije uitloop en biologische hennen neemt jaar na jaar wel toe.

In Nederland is het aantal scharrelhennen veel groter. Uit de KIP database van Avined blijkt dat er in 2016 35 miljoen leghennen in Nederland aanwezig waren. Daarvan zat 18 procent in verrijkte kooien of koloniesystemen, 63 procent in scharrelstallen. Het aandeel vrije uitloop bedroeg 14 procent en het aandeel biologisch 5 procent.
Bron

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s