Dierproeven

a

Nog maar enkele jaren geleden vergiftigden alle cosmeticabedrijven dieren met lippenstift, shampoo, haarlak of andere ‘schoonheidsproducten’. Autofabrieken ramden met hydraulische ‘armen’ op varkens en fretten om auto-ongelukken te simuleren. Voor iedere vrouw die werd getest op zwangerschap, maakten laboranten een konijn dood. Deze testen werden geacht het beste van het beste te zijn. Dankzij activisten en vindingrijke wetenschappers zijn er tegenwoordig betere en vriendelijkere methodes.

Maar in laboratoria worden wereldwijd nog altijd jaarlijks miljoenen muizen, ratten, konijnen, cavia’s, fretten, katten, honden, primaten, schapen, koeien, varkens en andere dieren voor proeven gebruikt en gedood. In plaats van geavanceerde technieken te ontwikkelen, infecteren wetenschappers dieren met ziekten die ze onder normale omstandigheden nooit zouden oplopen. Dieren worden gedwongen gevoerd en krijgen giftige chemische producten geïnjecteerd. Ruggengraten van dieren worden doorgehakt, botten worden gebroken en elektroden worden in hun schedel bevestigd. Militaire onderzoekers verwonden dieren en maken ze ziek met chemische middelen, straling en geweren, zelfs als de effecten hiervan op mensen al uitvoerig bekend zijn. Psychologen halen dieren bij hun moeder weg, maken ze verslaafd aan drugs en alcohol en kwellen ze op andere manieren.

Het is bewezen dat wereldwijd veel dierproeven zonder verdoving worden uitgevoerd, ook als vrijwel zeker is dat ze pijn en leed veroorzaken. Wettelijke bescherming is vaak slecht geregeld of wordt niet gehandhaafd. Hoewel in Nederland de Wet op de Dierproeven aangeeft dat er gebruik moet worden gemaakt van dierproefvrije alternatieven wanneer mogelijk, wordt dit vaak genegeerd en heeft het weinig effect op het reduceren van het aantal gebruikte dieren. Veel dierproeven worden alsmaar herhaald, omdat de resultaten van eerdere proeven niet centraal worden geregistreerd.

Behalve dat dierproeven wreed zijn, leiden ze vaak tot niets en belemmeren ze de vooruitgang. Het werkt maar zelden om gezonde dieren kunstmatig ziek te maken en ze in gestreste omstandigheden te houden om vervolgens de resultaten op mensen toe te passen. Psychologische interacties verschillen enorm van soort tot soort. De ontwikkeling van het poliovaccin, vaak genoemd als voorbeeld om dierproeven te rechtvaardigen, werd in werkelijkheid tientallen jaren uitgesteld, omdat experimenten met apen tot misverstanden leidden over de werking van een polio infectie.

Menselijk gen-onderzoek, modellen van menselijke cellen en kweekjes, de allernieuwste software, supercomputers en kunstmatige huid- en reageerbuisproeven vervangen steeds meer de dieren in moderne laboratoria. Het Asterand laboratorium (het voormalige Pharmagene) gebruikt bijvoorbeeld menselijk weefsel en hoogontwikkelde computertechnologie – en geen dieren – voor het ontwikkelen en testen van medicijnen.Voor gebruik bij medicijnproeven en medisch onderzoek ontwikkelde Physiome Sciences in de Verenigde Staten driedimensionale computermodellen van menselijke organen, die de biofysische eigenschappen tonen van normale en zieke cellen.

Dieren gebruikt voor onderwijs en training
Verouderde onderwijsmethodes waarbij levende dieren worden gebruikt of dieren die worden gedood zodat ze ontleed kunnen worden zouden geen plek mogen hebben in moderne klaslokalen. Ten nadele van zowel studenten als dieren gaan deze onethische praktijken desalniettemin nog steeds door – op scholen, universiteiten en militaire trainingsfaciliteiten – ondanks de aanwezigheid van betere, humane alternatieven.

In scholen verspreid over het land worden studenten gevraagd om dieren open te snijden, zoals ratten, kikkers en vissen in wrede ontledingspractica.

Ontleding is bijna net zo slecht voor kinderen als voor dieren. Onderzoeken hebben aangetoond dat deze bloederige activiteiten onverschilligheid jegens dieren en natuur bij studenten kan aanwakkeren, en vele anderen voelen zich zeer oncomfortabel met het gehele proces, en vinden de druk om de lichamen van dieren te verminken in een wetenschapslokaal een traumatiserende ervaring. Sommigen zijn voorgoed afgeschrikt van een carrière in de wetenschap. En het is natuurlijk niet nodig dat studenten dieren open snijden om de basisprincipes van anatomie en fysiologie te kunnen begrijpen, gezien vele humane lesmethodes bestaan zonder dieren, zoals computermodellen en geavanceerde simulators.

Als het aankomt op hoger onderwijs, hebben vele onderwijsinstituten een behoorlijk variërend beleid met betrekking tot het gebruik van dieren voor onderwijsdoeleinden. Veel dierenartsopleidingen kiezen er bijvoorbeeld specifiek voor geen dieren te gebruiken voor invasieve operatie oefeningen of gebruiken alleen dieren die een natuurlijke dood zijn gestorven. In plaats daarvan vinden de klinische operatie praktijkoefeningen plaats tijdens buitenschoolse uitwisselingen, waarbij studenten stage lopen bij een dierenartspraktijk en werken met dieren die daadwerkelijk veterinaire verzorging nodig hebben.

Veel Nederlandse universiteiten zijn helaas ook de thuisbasis van enkele beruchte proefdierlaboratoria, waar dieren als katten, muizen en apen angstaanjagende en pijnlijke procedures ondergaan als ze onder handen worden genomen door onderzoekers. Gezien het lesmateriaal binnen deze faciliteiten gebaseerd is op fysiologische en farmaceutische principes worden studenten wellicht verplicht om dieren open te snijden om fundamentele operatietechnieken uit te voeren, blootliggende organen van levende dieren te onderzoeken of de dieren zelfs te drogeren om hartaanvallen op te wekken tijdens experimenten.

Militaire trainingsoefeningen
Voor verschrikkelijke trauma trainingsoefeningen worden levende dieren zoals geiten en varkens neergeschoten, gestoken, ontleed, opgeblazen en verbrand tijdens oefeningen voor militaire chirurgen. Ondanks het feit dat moderne trainingsmethodes bestaan zonder dieren, zoals hightech simulators, die hebben bewezen effectiever te zijn in het voorbereiden van doctoren voor de frontlinie, blijven enkele landen – waaronder Nederland, de VS, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk – doorgaan met het gebruik van verouderde en onethische oefeningen met levende dieren.

Diverse organisaties hebben hard campagne gevoerd tegen deze verschrikkelijke procedures en hebben zichtbaar grote vooruitgang geboekt op vele gebieden. In 2013 gaf Polen aan geen levende dieren meer te gebruiken voor trainingsmethodes op het aandringen van betrokken mensen. En in 2014 heeft het leger van de VS ingestemd om een einde te maken aan het gebruik van dieren in zes primaire onderdelen van de medische training.

Door technologische ontwikkelingen bestaat er nu een grote verscheidenheid aan trainingsmethodes zonder dieren die hebben bewezen dat ze complexe anatomische en biologische processen net zo goed overbrengen – of zelfs beter dan – wrede, verouderde en milieu onvriendelijke proefdierlaboratoria, terwijl ze studenten respect voor dieren aanleren.

Deze methodes omvatten geavanceerde computersoftware en levensechte menselijke simulators. In tegenstelling tot ontleding en levende laboratoriumpractica met levende dieren, waarbij studenten één kans hebben om een procedure uit te oefenen om de vereiste inhoud te leren, stellen methodes zonder dieren studenten in staat om het materiaal te hergebruiken totdat ze bekwaam en zelfverzekerd zijn, zonder de afleiding van het mogelijk verminken of schaden van een dier. En voor degenen die leren om mensen te behandelen in plaats van dieren, humane methodes die menselijke anatomie en fysiologie nabootsen zijn ook beschikbaar.

Studenten op vrijwel alle medische scholen worden nu onderwezen door middel van een combinatie van didactische methodes, menselijke patiënt simulators, interactieve computerprogramma’s, veilige onderwijsmethodes met mensen en klinische ervaring. Dit vertegenwoordigt aanzienlijke vooruitgang voor dieren, de samenleving en toekomstige generaties doctoren.

Dierproeven voor medische experimenten
Ieder jaar ondergaan honderdduizenden dieren in Nederland pijnlijke en angstaanjagende behandelingen uitgevoerd door onderzoekers. Deze proeven zijn onverdedigbaar, zowel moreel als wetenschappelijk, en houden op vele manieren, op actieve wijze de medische vooruitgang tegen. Maar terwijl het publiek in het openbaar dierproeven bekritiseerd, falen veel politici en wetenschappelijke instituties om over te stappen op moderne technologieën zonder dieren die de potentie hebben om ontelbare mensen- en dierenlevens te redden.

Volgens data van de overheid worden ongeveer een half miljoen dieren per jaar gebruikt voor experimenten in Nederland.

Ratten en muizen zijn de dieren op wie het meest wordt geëxperimenteerd in Nederland, maar andere slachtoffers zijn hamsters, konijnen, katten, honden, apen, kippen, vissen en paarden. Al deze dieren hebben de capaciteit om pijn en angst te voelen, en ze lijden enorm als ze worden vergiftigd, open gesneden, verblind, geëlektrocuteerd of geïnjecteerd met dodelijke ziektes in steriele, raamloze gevangenissen.

Veel van de onderzoeken die worden uitgevoerd in laboratoria op dieren zouden dierenwelzijnswetten overtreden als ze zouden gebeuren in een andere context, een onzinnige dubbele standaard gezien deze dieren net zo goed lijden als ze mishandeld worden in de kelder van een individu als in laboratoria. We weten niet alle details van de wreedheden die dieren worden aangedaan in universiteiten, farmaceutische bedrijven en andere instituties, maar undercover onderzoek levert een schokkende blik achter de schermen.

Er ligt een fundamentele fout aan de grondslag van pogingen om dierproeven te rechtvaardigen. Men kan niet aan de ene kant beweren dat dieren zo op ons lijken dat de resultaten van proeven op hen relevant zijn voor mensen, maar aan de andere kant zo verschillend van ons zijn dat we alles met ze kunnen doen wat we willen, los van hoe pijnlijk of nutteloos het is.

Als het experimenteren op een persoon met een verstandelijke handicap in het voordeel zou werken van 1.000 kinderen, zouden we het dan doen? Natuurlijk niet. Ethiek dicteert dat de waarde van ieder leven op en van zichzelf niet verdrongen kan worden voor de potentiële waarde van het leven van iemand anders.

Dit is op dezelfde manier toepasbaar op dieren als op mensen. In het verleden werden experimenten uitgevoerd op gevangenen, mensen in concentratiekampen en andere kwetsbare groepen. We hebben dergelijke gruweldaden inmiddels terecht verboden, maar hebben tot nu toe gefaald om dezelfde logica toe te passen op intelligente en gevoelige dieren die lijden in laboratoriumkooien. 

Dierproeven zijn niet alleen moreel onverdedigbaar – het is ook gebrekkige wetenschap.

Dierproefonderzoekers gebruiken vaak argumenten die inspelen op emotionele gevoelens om zo te proberen te kunnen suggereren dat hun verouderde methodes de enige manier zijn om te helpen ziektes te genezen. Dit is simpelweg niet waar. In feite is de meest belangrijke trend van de afgelopen jaren, in moderne onderzoeken, juist de erkenning dat dieren zelden als een goed rolmodel fungeren voor het menselijke lichaam.

Het gebruiken van een gezond wezen van een geheel andere soort, op onnatuurlijke wijze een aandoening inbrengen die hij of zij normaal gesproken nooit zou oplopen, hem of haar houden in een onnatuurlijke en stressvolle omgeving, en proberen de resultaten toe te passen op de ziektes die van nature voorkomen bij menselijke wezens is op z’n minst dubieus. Fysiologische reacties op medicijnen variëren enorm van soort tot soort. Penicilline doodt cavia’s maar brengt niets te weeg bij konijnen; aspirine doodt katten en veroorzaakt geboorteproblemen bij ratten, muizen, cavia’s, honden en apen; en morfine, een kalmeringsmiddel voor mensen, prikkelt geiten, katten en paarden.

Een recent onderzoek in BMJ concludeerde dat er gebrek is aan overtuigend onderbouwend bewijs om te bewijzen dat onderzoek met dieren voordelen oplevert voor mensen of een effectieve bron van hulpmiddelen is.

Selectieve verslaglegging, slecht uitgevoerde onderzoeken en een onsystematische benadering leiden tot veel verkwistende, dure en overbodige onderzoeken. Bovendien hebben veel van de experimenten die uitgevoerd worden op dieren helemaal niets te maken met serieuze ziektes en worden simpelweg uitgevoerd uit nieuwsgierigheid, voor commerciële belangen of om de carrière van academici te bevorderen. Enkele voorbeelden hiervan zijn de duizenden muizen die tot aan de dood toe vergiftigd worden tijdens proeven voor Botox, ratten die worden gedwangvoederd met alcohol om te proberen een “middel tegen katers” te vinden, dieren die gedwongen worden om te roken door tabaksbedrijven en muizen die worden gevoed met pillen voor gewichtsverlies. Ieder van deze zinloze onderzoeken kosten dierlevens.

Er zijn andere manieren die beter zijn om nieuwe medicijnen en behandelingen te ontwikkelen. Klinische en epidemiologische onderzoeken op mensen, menselijk weefsel en op cellen gebaseerde onderzoeksmethodes, kadavers, geavanceerde en zeer betrouwbare menselijke patiënt simulators en computermodellen zijn betrouwbaarder, exacter, minder duur en humaner dan dierproeven.

Dierproeven blijven niet doorgaan omdat het de beste wetenschap is, ze blijven doorgaan vanwege de persoonlijke vooroordelen, gevestigde belangen en het conservatisme van de onderzoeker.

Bron: PETA Nederland

Advertenties

Een reactie op “Dierproeven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s